|
Vakcommunity Geschiedenis Histoforum |
||||
| examenprogramma havo/vwo 2007 laatste wijziging: 16-04-2005 | ||||
|
|
Besluiten van de minister naar aanleiding van de adviezen van de vakinhoudelijke lerarenverenigingen over de voorgestelde examenprogramma’s havo/vwo 2007 Geschiedenis Het examenprogramma is gebaseerd op dat voorgesteld door de Commissie Historische en Maatschappelijke Vorming (De Rooy). Het omvat – naast een domein dat vakspecifieke vaardigheden omschrijft (Historisch besef) – twee grote domeinen: Oriëntatiekennis en Diachronische thematieken. Dat laatste domein omvat thema’s die ‘door de tijd heen’ aan de orde worden gesteld. Dat is een element dat ook in het vigerende examenprogramma voorkomt. Dat werkt immers ook met afzonderlijke thema’s. De kern van het voorstel De Rooy is dan ook het andere domein: de Oriëntatiekennis. Die kennis is omschreven in de vorm van tien perioden (die ook voorkomen in de kerndoelen van primair onderwijs en onderbouw: doorlopende leerlijn) met daarbij genoemde kenmerkende aspecten. Daardoor wordt dus weer het historisch overzicht in het geschiedenisonderwijs hersteld: een canon. De organen die het voorstel van de CHMV in de algemene vorm hebben gegoten van de examenprogramma’s havo/vwo 2007 (CEVO/SLO/Cito), stellen voor dat het centraal examen betrekking zou hebben op een of twee onderwerpen uit de Diachronische thematieken en het schoolexamen op de Oriëntatiekennis. Daarmee zou het centraal examen weinig verschillen van het huidige. Ook dat omvat (slechts!) twee onderwerpen die vrij willekeurig worden gekozen. Juist op dat systeem is veel kritiek. De kern van het voorstel van de CHMV is het herstel van een vorm van historisch overzicht. Dat sluit heel goed aan bij de behoefte die er is aan een canon en dat moet dus ook in het centraal examen aan de orde komen. Daarover bestaat overeenstemming met professor De Rooy en met het Instituut voor Geschiedenisdidactiek. Het wijkt echter – en dat is zoals gezegd de bedoeling – af van het huidige systeem waarin losse beperkte onderwerpen in het centraal examen aan de orde worden gesteld die van tevoren uitgebreid inhoudelijk zijn beschreven. Het is nog niet duidelijk hoe deze nieuwe vorm van centrale examinering in de praktijk vorm kan krijgen. Er loopt op dit moment daarvoor een experiment/pilot op een aantal scholen. De resultaten daarvan zijn nog niet bekend. Daarom wordt de omschrijving in het examenprogramma vooalsnog: “Het centraal examen omvat de Oriëntatiekennis (met de vaardigheden van het domein Historisch besef). Tot een nader te bepalen datum kan worden bepaald [door de minister], dat het centraal examen betrekking heeft op twee diachronische thema’s (met de vaardigheden van het domein Historisch besef).” Als deze bepaling wordt toegepast, dan wordt de inhoud van het schoolexamen dienovereenkomstig aangepast: het omvat dan de Oriëntatiekennis en voor het vwo daarnaast nog ten minste drie diachronische thematieken (zie verder). Dit besluit wijkt dus af van het voorstel dat door CEVO/SLO/Cito is gedaan: dat voorstel is niet in overeenstemming met de kern van de voorstellen van de CHMV en (dus) ook in strijd met de canongedachte. De lerarenvereniging VGN stemde in zijn advies overigens in met genoemd voorstel. De VGN nam bovendien feitelijk afstand van de voorstellen De Rooy door daarenboven voor te stellen, dat weliswaar in naam in het schoolexamen de Oriëntatiekennis wel aan de orde zou komen, maar dat dit ook weer zou kunnen in de vorm van een koppeling aan diachronische thema’s. Dat zou in de praktijk kunnen betekenen, dat ook het schoolexamen in zijn geheel weer uit een beperkt aantal losse thema’s zou kunnen bestaan en dus de overzichtskennis nog steeds feitelijk helemaal zou ontbreken. Dat is, gelet op redelijke maatschappelijke wensen, niet gewenst. De voorstellen van de Commissie De Rooy kenden al een groot politiek en maatschappelijk draagvlak en de urgentie van invoering daarvan , naar letter en geest, is sindsdien alleen maar groter geworden. De voorstellen ‘De Rooy’ passen uitstekend in de gedachte van een canon. Bovendien zijn voor geschiedenis in de nieuwe profielvoorstellen meer studielasturen gereserveerd dan nu: in het havo zelfs aanzienlijk. Die grotere ruimte is juist bedoeld om de overzichtskennis ook daadwerkelijk weer mogelijk te maken. Wordt die echter niet gebruikt, dan leidt dat vanzelfsprekend ertoe, dat scholen ondanks de grotere ruimte die de regelgeving voorziet, juist minder lesuren voor geschiedenis zullen uittrekken: de eisen bij andere vakken zijn immers hoger dan bij een tot een beperkt aantal thema’s geminimaliseerd examen geschiedenis. Op een andere wens van de VGN kan wel worden ingegaan. De VGN stelt voor, de Diachronische thematieken (die in het schoolexamen aan de orde komen) niet, zoals in het voorstel van de CHMV, met naam te benoemen, maar de keuze van de onderwerpen aan de scholen te laten. Dit voorstel wordt overgenomen, het past in het uitgangspunt de scholen meer keuzemogelijkheden te geven waar dat kan. Alleen het aantal van de diachronische thematieken zal worden aangegeven: voor vwo tenminste vijf, voor havo tenminste twee. Dat is één minder dan in de voorstellen van de CHMV. Deze beperking is bedoeld om, samen met het hogere aantal studielasturen, voldoende ruimte te scheppen voor de overzichtskennis en voor nog een aanvullend domein. Dat aanvullende domein is het onderwerp Geschiedenis van de rechtsstaat en van de parlementaire democratie. Dat is als verplicht onderwerp opgenomen in het examenprogramma op departementale aanwijzing. Het is ontleend aan het oorspronkelijke voorstel van de commissie CHMV voor het zgn. combinatievak ‘geschiedenis en maatschappijleer’. Nu dat vak niet wordt ingevoerd, wordt het grootste deel van de voorgestelde inhoud (‘burgerschapsvorming’) opgenomen in het vak maatschappijleer (het voor alle leerlingen verplichte vak). Het zou echter jammer zijn als daarmee een historische benadering van deze onderwerpen alleen onderdeel zou zijn van de overzichtskennis. Het onderwerp is van een zo groot zelfstandig belang in een schoolvak geschiedenis, dat het als afzonderlijk onderwerp in het examenprogramma wordt opgenomen. Tenslotte: een aantal suggesties van de VGN voor kleine aanvullingen op de omschrijving van de eindtermen wordt bij het formuleren van de definitieve tekst nader bezien. |
|||
|
|
Artikelen uit deze rubriek met blijvende waarde vindt u in het archief | |||