Community Geschiedenis                                                                Histoforum

    recensies deel 1   deel 2   deel 3   deel 4   deel 5   deel 6   deel 7   deel 8  

Vlaamse miniaturen
Bousmanne, B. & Delcourt, T. (redactie), Vlaamse miniaturen 1404 - 1482, tentoonstellingspublicatie, Leuven, Davidsfonds, 2011, 464 blz. - kostprijs: € 64.95
redactie catalogus: Ilona Hans-Collas, Pascal Schandel, Céline Van Hoorebeeck & Michiel Verwey

Voor de Bourgondische Nederlanden betekende de vijftiende eeuw een periode van ongeëvenaarde bloei zowel op sociaal - economisch gebied als op artistiek vlak. In iets meer dan een decennium, sinds de tentoonstelling Vlaamse miniaturen voor vorsten en burgers 1475 - 1550 (Antwerpen 1997), is onze kennis over de periode die de beroemde Nederlandse cultuurhistoricus Johan Huizinga het Herfsttij der Middeleeuwen noemde verveelvoudigd door een reeks tentoonstellingen in Nederland en België met hun bijbehorende publicaties (1). Voeg daarbij nog enkele afzonderlijke studies als het te weinig bekende boek van Raoul Bauer, Tussen rampspoed en vernieuwing (2004), of het recentere van Edward De Maesschalck, De Bourgondische vorsten (2008) (2).
Ook de appreciatie van het Herfsttij is gevoelig geëvolueerd. Huizinga beschouwde de 15de eeuw nog als een periode van decadentie, van avondrood. Vandaar zijn sprekende titel.

Eind 2011 gaat de indrukwekkende lijst voort met de hier besproken tentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel en de chronologisch ruimer opgezette expositie Machtige & Mooie Middeleeuwen in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Waarom kwam uitgerekend aan het Bourgondische hof in de 15de eeuw zo'n schitterende hofcultuur tot ontwikkeling? De hertogen voerden de kunst van het pronken tot ongekende hoogten op. Spectaculair uiterlijk vertoon op toernooien en feesten werd in de late middeleeuwen niet misprezen, doch beschouwd als een vorstelijke deugd en vervulde een politieke functie. Ambitie speelde zonder twijfel mee. Demonstratie van politieke macht eveneens.
Daarbij kenden de vorsten de magie van een mooi object in een tijd dat visuele prikkels veel schaarser waren dan vandaag. Luxevoorwerpen waren voor hen een middel om hun macht in de verf te zetten, naar andere vorsten toe, maar ook naar hun onderdanen. Een goed gevulde bibliotheek speelde op al die behoeften in. Ze was onontbeerlijk voor zijn status als ‘wijze heerser’. Vooraleer galerijen met schilderijen in de mode kwamen, vervulden rijkelijk verluchte manuscripten de rol van prestigieuze en zeer gedistingeerde private schilderijencollectie.

Die magie is blijkbaar zelfs in onze digitale 21ste eeuw nog niet uitgespeeld. Hoe verklaar je anders de talrijke bezoekers op dergelijke tentoonstellingen? En het succes van dure facsimile’s? In november 2011 lag op de Antwerpse boekenbeurs een ‘exclusieve’ facsimile in beperkte oplage van het vroeg-16de eeuwseBreviarium Grimani voor de luttele som van 22.000 euro - bijna tweemaal wat ik voor mijn (niet zo exclusieve) autootje betaalde!

De Bourgondische hertogen waren maniakale bibliofielen, zoals ze even maniakaal wandtapijten, juwelen, dure stoffen, jachthonden en valken verzamelden. Op dat gebied waren ze zowat erfelijk belast, als Franse prinsen uit het huis Valois, afstammelingen van koning Jan II de Goede en diens zonen: Karel V, de Wijze (+ 1380), die de vorstelijke librije uitbreidde tot wellicht de fraaiste van Europa en zijn broers Jean en Filips de Stoute (1404), de eerste hertog, die huwde met de Vlaamse erfgename Margareta van Male. De misschien wel maniakaalste verspiller van die broers, Jean, duc de Berry (+1416), is ook de bekendste met onder veel meer zijn Très Riches Heures door de Nijmeegse gebroeders van Limburg, het schitterende getijdenboek dat een eeuw later zou belanden in de librije van Margareta van Oostenrijk (1).

Vooral het bewind van Filips de Goede (1419-1467) gaf een belangrijke impuls aan de miniatuurkunst. Hij deed een beroep op de beste verluchters om tegemoet te komen aan zijn wensen. In zijn spoor plaatsten ook ridders, geestelijken en de stedelijke bourgeoisie bestellingen bij talentrijke verluchters zoals Lieven Van Lathem, Willem Vrelant of de Meester van Wavrin, in die tijd even vertrouwde namen als Rogier van der Weyden of Hans Memling vandaag.
Tijd om een eerste misverstand recht te zetten: het is dus niet zo dat de boekverluchters tweederangs artiesten waren: ook Gerard David en van der Weyden schilderden miniaturen (3). Hoewel de laatste slechts één enkele, maar dat is dan ook de vaak nagevolgde magistrale opdrachtscène aan Filips de Goede van de Chroniques de Hainaut, die uitvoerig besproken wordt in de publicatie (p. 66-80). Die konden we recent nog bewonderen op de tentoonstelling Illuminating the Renaissance. The Triumph of Flemish Manuscript Painting in Europe in Londen in 2004 en, samen met de bekendste navolgers, in de openingstentoonstelling in het vernieuwde Museum M te Leuven (2009). Op het eerste gezicht vreemd dat die navolgers wel aanwezig zijn bij de topstukken in de stemmige Nassaukapel (4), maar dat de Chroniques open ligt op een twee andere folio’s. Dat heeft uitsluitend te maken met omstandigheden van bewaring: de zeer delicate miniaturen kunnen slechts een beperkte tijd aan het licht worden blootgesteld, en vermits net dit manuscript in 2012 in Parijs zal te zien zijn (zie verder)…

Een tweede misverstand: Vlaams verwijst niet naar het historische graafschap noch naar het huidige Vlaanderen. Het is een benaming die het buitenland gebruikte voor kunst en kunstenaars uit de Benelux en het noorden van het huidige Frankrijk (dat toen tot het Bourgondische landencomplex behoorde), gebieden die toentertijd betiteld werden als de Landen van Herwaarts Over.

Voor het eerst brengen de Koninklijke Bibliotheek van België en de Bibliothèque nationale de France nu hun collecties samen om de bloeitijd van de Vlaamse miniatuurkunst in de kijker te zetten. Liefst 140 van de meest prestigieuze verluchte handschriften worden tijdens deze internationale dubbeltentoonstelling aan het publiek voorgesteld.


En hier wachtte mij een tweede teleurstelling, na het ontbreken van van der Weydens presentatieminiatuur.

De bibliotheek van Filips de Goede gaf de toon aan, zowel op literair als op esthetisch vlak en ging fungeren als model bij uitstek voor een aantal boekenverzamelingen: grote, kostbare folianten, tussen de tien en twintig kilogram zwaar, in een duidelijk groot lettertype, de Bourgondische bastarda. Ze zijn geschreven op het fijnste perkament, het vellum, uit de huid van pasgeboren kalveren of schapen, dat ook na vijf eeuwen niets van zijn zachte crèmekleurige textuur heeft verloren.
De belangrijkste was die van Lodewijk van Gruuthuse (ca.1427 - 1492), hoveling, ridder van het Gulden Vlies, diplomaat, legeraanvoerder, en tot 1477 (jaar dat Karel de Stoute sneuvelde te Nancy) stadhouder van Holland en Zeeland. In die hoedanigheid verleende hij in 1470 hulp aan de verbannen Engelse koning Edward IV van York en diens broer, de latere Richard III. Hiervoor ontving hij de titel graaf van Winchester. Hij was daarenboven een der rijkste heren van de Nederlanden, met een meer dan riant netto-inkomen uit zijn bezittingen in Vlaanderen alleen al van ongeveer 25.000 keer het loon van een geschoold vakman! Daarenboven bezat zijn familie reeds enkele generaties het gruterecht, dit is de belasting op het bier (waarvoor bij het brouwen gruit gebruikt werd, vooraleer in de late vijftiende eeuw hop in zwang kwam). Dit fortuin investeerde hij in zijn schitterende Brugse patriciërswoning, thans het Gruuthusemuseum, en in zijn bibliotheek. Zijn librije was na die van de hertogen, de omvangrijkste in de Bourgondische wereld. Thans blijven nog 170 boeken uit zijn bibliotheek over. Honderd daarvan waren voor hem persoonlijk vervaardigd. Als alle echte bibliofielen haalde Gruuthuse de neus op voor papier. Ook al was dat het degelijke handgeschepte materiaal uit lompen en niet ons hedendaagse houtvezelpapier, dat al door zijn eigen zuren verteerd wordt op het ogenblik dat het van de persen rolt. Hij duldde geen enkel gedrukt boek in zijn fabelachtige librije. In zijn afkeer voor het nieuwe medium liet hij zelfs gedrukte incunabelen met de hand op perkament overschrijven en verluchten! Voor een primadonna-manuscript telde men toen reeds al snel evenveel neer als tegenwoordig voor een flinke villa in een exclusieve wijk. Tegen de prijzen van toen vertegenwoordigt zijn bibliotheek de waarde van een kleine middeleeuwse stad vol stenen patriciërshuizen! Geef toe, als statussymbool nogal wat anders dan een vulgaire Ferrari!

Na zijn dood in 1492 kwam het grootste deel van zijn bibliotheek in handen van de Franse koning Lodewijk XII. Deze liet het wapenschild van Gruuthuse overschilderen en vervangen door de drie gouden lelies op azuren veld van het huis van Valois. Gruuthuses devies Plus est en vous (Er steekt meer in u) werd met een dekkende verflaag zoveel mogelijk onzichtbaar gemaakt. Maar zijn persoonlijk embleem, een mortier die een kanonskogel afvuurt, liet men meestal staan om de randversiering niet te verstoren. Zo zijn een aantal handschriften uit de Parijse Bibliothèque Nationale nog te herkennen als herkomstig van Gruuthuse. Toen ik dit lang geleden op een tentoonstelling in het Brugse Gruuthusemuseum ontdekte, is het me blijvend gaan fascineren.



Gruuthuse was voor mij een van de belangrijkste redenen om naar de tentoonstelling te sporen. Helaas, hoewel in de catalogus een schitterend voorbeeld van bovenstaand verhaal over een volle bladzijde (p. 99) gereproduceerd is, ontbreken zijn folianten op de tentoonstelling! Daarvoor zal ik volgend jaar naar Parijs moeten, waar de expositie verder loopt van maart tot juli 2012, met merendeels andere manuscripten. Goede gelegenheid om te combineren met eindelijk nog eens een bezoek bij mijn zoon en schoondochter.

 
Binnenkort is het Belgische luik van de tentoonstelling ongetwijfeld verleden tijd. Blijft nog de catalogus. Die publicatie is het onderwerp volkomen waardig: groot formaat (31 x 24 cm), kloek en smaakvol gebonden, bijna 3 kg zwaar zodat je eigenlijk een lezenaar nodig hebt om het boek behoorlijk te lezen. Doch vooral een onovertroffen hoogtepunt van boekdrukkunst, met aangenaam lettertype in twee kolommen en honderden werkelijk sublieme afbeeldingen, waarvan vele volbladminiaturen! En bovendien teksten van niet minder dan dertig specialisten uit binnen- en buitenland.
Het is niet goedkoop, maar zijn prijs volkomen waard. Een mooier boek zul je dit jaar niet vinden.


Epiloog

In haar Pour en finir avec le Moyen Age (1977) (Afrekenen met de Middeleeuwen, Beveren, Orion, 1981) hield de befaamde Franse mediëviste Régine Pernoud (1909-1998) een hartstochtelijk pleidooi voor ontsluiting van de middeleeuwse handschriften, niet alleen voor de studie van de kunstgeschiedenis maar ook voor die van het sociale en economische leven en -voegen wij eraan toe- de mentaliteitsgeschiedenis oftewel historische antropologie. Zij dacht vermoedelijk aan foto's of dia's. Maar door de ontwikkeling van de digitalisering zijn de mogelijkheden enorm uitgebreid. Dit stelt een amusant epistemologisch probleempje in verband met kennisexpansie. De miniaturen van sinds lang in verborgenheid sluimerende manuscripten kunnen via dvd’s of het www tot nieuw leven worden gewekt en wereldwijd bestudeerd, zoals onlangs nog gebeurd met de Bijbel van Anjou.

Vijfendertig jaar geleden was ik verbaasd dat ik een jarenlange iconografische polemiek tussen experts van omstreeks 1940 gemakkelijk kon oplossen door enkele facsimile's van uitgeverij Het Spectrum naast elkaar te leggen. Tot ik mij realiseerde dat deze heren voor vergelijkende studie soms dagen nodig hadden om van de ene bewaarplaats naar de andere te reizen en vermoedelijk alleen maar over hun notities en enkele onduidelijke, zelfgenomen foto's beschikten. Nu heb je dus de mogelijkheid dat wat voorheen hermetische kennis was, bliksemsnel elektronisch ter beschikking komt, zodat leken of leerlingen van het secundair onderwijs in staat zijn meer te weten dan de grootste specialisten van nauwelijks een generatie geleden! Sinds ik dit in 1998 schreef is de evolutie in een digitale stroomversnelling terecht gekomen. Als je ziet wat er op internet te vinden is! Toch blijft het fenomeen me fascineren: een ultramoderne, bijna utopische technologie in dienst van de oude, moeizaam artisanaal vervaardigde cultuuruitingen! Om bij manuscripten, oude boeken en kaarten te blijven: zowel op de site van de Franse Bibliothèque nationale als de Belgische en Nederlandse Koninklijke Bibliotheken kan je honderden manuscripten tot in de details exploreren. Voeg daarbij nog de tientallen en tientallen voorbeelden van andere buitenlandse sites.
Régine Pernoud ruste in vrede en gelukkig in haar graf.

Noten

1. De lijst is in chronologische volgorde. Wij verwijzen hier waar mogelijk naar de ruimere internetartikels/recensies.

Smeyers, M., Vlaamse miniaturen van de 8ste tot het midden van de 16de eeuw, Leuven, Davidsfonds, 1998, 528 blz.

Borchert, T.-H. (red.), De eeuw van Van Eyck. De Vlaamse Primitieven en het Zuiden, Gent-Amsterdam, Ludion, 2002, 280 blz. <LINK LEGGEN>

Meesterlijke Middeleeuwen. Miniaturen van Karel de Grote tot Karel de Stoute. 800-1475, Zwolle, Waanders - Leuven, Davidsfonds, 2002, 343 blz.

Dekeyzer, B., Herfsttij van de Vlaamse miniatuurkunst. Het Breviarium Mayer van den Bergh, Gent-Amsterdam, Ludion, 2004, 208 blz.

Dückers, R. & P. Roelofs (red.), De gebroeders Van Limburg. Nijmeegse meesters aan het Franse hof (1400-1416), Gent-Amsterdam, Ludion, 2005, 446 blz. 7

Ter gelegenheid van de tentoonstelling in het Valkhof, Nijmegen, 2005. Op de site kan je via het tabblad ‘Werk’ door de virtuele getijdenboeken bladeren en inzoomen op de miniaturen.

Eichberger, D. (redactie), Dames met Klasse. Margareta van York en Margareta van Oostenrijk. Tentoonstellingspublicatie, Davidsfonds, Leuven, 2005, 377 blz.
Op deze site kan je via de knop Eeuw Joos een aantal bijdragen lezen over deze periode

Marti, S., Borchert, T.-H. & G. Keck, Karel de Stoute (1433-1477). Pracht en Praal in Bourgondië, tentoonstellingspublicatie, Groeningemuseum Brugge, Brussel, Mercatorfonds, 2009, 384 blz., 440 afbeeldingen.

Campbell, L. & Van der Stock, J., Rogier van der Weyden (1400-1464). De passie van de meester, Leuven, Davidsfonds, 2009, 592 blz.

Borchert, T.-H. (red.), Van Eyck tot Dürer. De Vlaamse Primitieven & Centraal-Europa 1430 - 1530, Brugge, Groeningemuseum, 2010, 552 blz.

Machtige & Mooie Middeleeuwen (2011), Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Zie op Geschiedenis Beleven - met links naar manuscripten en YouTube filmpjes over diverse aspecten van het vervaardigen ervan.

2. Bauer, R., Tussen rampspoed en vernieuwing. Een Europese cultuurgeschiedenis van de veertiende en vijftiende eeuw, Kapellen, Pelckmans - Kampen, Klement, 2004, 374 blz.

De Maesschalck, E., De Bourgondische vorsten (1315-1530), Leuven, Davidsfonds, 2008, 247 blz.

Huizinga, J., Herfsttij der Middeleeuwen (1919), Contact, 1997, 22ste druk, 416 blz.

3. Zie op de Joos de Rijcke - site, ‘Eeuw Joos’, Handschriften en Boekdrukkunst, hierin onder veel meer de link naar Vlaamse minikunst… en Illuminating de Renaissance (dit laatste opent op Getty Museum).

4. De 16de - eeuwse gotische Nassaukapel, enig overblijfsel van de Brusselse residentie van de graven van Nassau, is op de Kunstberg geïncorporeerd in de moderne Koninklijke Bibliotheek van België, vlakbij het koninklijk paleis en Brussel Centraal (treinstation)





Jos Martens
november 2011

   
 

Met onderstaande zoekmachine kunt u zowel zoeken op het www als binnen deze site en Histoforum

Google
Search WWW Search histoforum.digischool.nl