|
1369 huwde Filips
de Stoute (1342-1404), zoon van de vroegere Franse
koning Jan II en broer van de regerende koning Karel
V, hertog van Bourgondië, met Margareta, enige dochter
en troonopvolgster van de graaf van Vlaanderen, Lodewijk van Male. In de bruidschat
van Margareta bevond zich tevens het vorstendom Rethel, de steden Antwerpen
en Mechelen (in het hertogdom Brabant) en de graafschappen Artesië, Franche-Comté
en Nevers. In 1384 werd Filips graaf van
Vlaanderen, Artesië, Nevers en Rethel; op de Franche-Comté had hij eveneens
zijn hand weten te leggen. In 1390 kocht Filips het graafschap Charolais. (zie
ook
Filips
de Stoute)
Jan zonder Vrees
(1409-1419), die zijn vader Filips opvolgde,
concentreerde zich geheel op de Franse politiek, maar zijn zoon Filips
de Goede (regeerde van 1419-1467) zette de uitbreidingspolitiek voort. In 1421 kocht
hij het graafschap Namen. Brabant en Limburg vielen hem toe in 1430, na de dood
van zijn neef, de kinderloze hertog Filips van Sint-Pol. In 1433 nam Filips
Holland, Zeeland en Henegouwen af van zijn nicht Jacoba van Beieren. Hij
verkreeg Picardië in 1435 bij het Verdrag van Atrecht en veroverde Luxemburg in
1443. Ook verwierf Filips enkele kleinere gebieden in Frankrijk.
|
|
Onder zijn zoon
Karel de Stoute (1467-1477) vonden verdere uitbreidingen plaats. In 1469
kocht Karel de Elzas, om die in 1474 weer te verliezen. In 1473 veroverde hij
Gelre en in 1474 Lotharingen-Bar. Luik behield na zijn verovering door Karel
(1468) eigen prins-bisschoppen, maar werd in feite een Bourgondisch
protectoraat.
Na Karels dood werden de zuidelijke gebieden ingelijfd door Frankrijk. Over
de noordelijke gebieden, uitgezonderd Gelre, wist Karels dochter Maria
van
Bourgondië
(1457-1482) het gezag te bewaren, gesteund door haar huwelijk in 1477 met
Maximiliaan van Habsburg (1459-1519). Vanaf 1477 spreekt men van de
Habsburgse
Nederlanden.
Bron:
István Bejczy, Nijmegen
Volgende |