|
Uit 'Het recht op terugkeer' van Leon de Winter
(2008)
'In het jaar 70 hadden de Romeinen de tempel vernietigd.
Tweeënzestig jaar later begon de joodse opstand tegen de
Romeinen onder Bar Kochba - drie jaar later werd de
revolte bedwongen. De Romeinse historicus en senator
Lucius Claudius Cassius Dio, die in de derde eeuw zijn
Romeinse Geschiedenis schreef, maakte melding van
vijfhonderdtachtigduizend gedode joden, joodse
schattingen vielen nog hoger uit. De thora werd op de
ruïnes van de tempel symbolisch verbrand. En de naam
Judea, het land van de joden, werd vervangen door de
naam Syria Palaestina, alsof de joden het nooit op de
Filistijnen veroverd hadden. Jeruzalem werd Aelia
Capitolina, een stad verboden voor joden. 1816 jaar lang
droomden de joden van terugkeer. Ze waren nergens thuis,
behalve in hun verbeelding.'(blz. 382/83)
- Vraag jezelf af of deze passage geschreven is
vanuit een joodse of palestijnse visie.
- Probeer ook te bedenken hoe de 'andere'visie
eruit zou kunnen zien.
|