Subonderwerpen:
-
de woonomstandigheden en het voedsel (de aardappeleters)
-
de arbeidsomstandigheden; kinderarbeid, boetes, sexuele intimidatie,
gevaarlijk werk (een klein jongetje dat onder de machines werkt vindt daar de
dood)
-
het moreel verval als gevolg van de schrijnende armoede: drankmisbruik,
prostitutie, kindersterfte.
-
De vraag
aan de clerus: who's side are you on? Daens kiest voor de arbeiders, maar de
hogere geestelijkheid voor de fabriekseigenaren. Daens wordt tenslotte ook uit
zijn ambt gezet.
-
De
onmacht van de arbeiders om iets aan hun situatie te veranderen. Deze onmacht
blijkt o.a. uit het willekeurige boete systeem. Arbeiders kunnen zomaar worden
ontslagen. De onderzoekscommissie van het parlement die op aandringen van
Daens een bezoek brengt aan een fabriek spreekt alleen Frans en de leden van de
commissie worden door de voorman van de arbeiders afgeschermd. Als de arbeiders
het lichaam van het gestorven jongetje aan de commissie willen tonen verhinder
de politie dat. Fabriekseigenaren proberen door het uitdelen van soep aan
werkwilligen de staking te breken.
-
de
tegenstellingen tussen katholieken en socialisten
-
de strijd
voor het algemeen kiesrecht
-
de
pogingen om in het parlement (na de invoering van het algemeen kiesrecht) iets
aan de situatie van de arbeiders te doen.
-
Opvallend
is ook de loyaliteit van het meisje Nette. Ongezouten levert zij op een bepaald
moment kritiek op Daens, maar zij accepteert vervolgens niet dat haar
socialistische vriendje kritiek levert op ‘haar’ Daens.
-
Opzet praktische opdrachten:
-
Kijk naar
de film
-
Formuleer
een onderzoeksvraag en werk die uit volgens het stappenplan eigen onderzoek
-
Kijk naar
de film
-
De
hoofdvraag luidt: ‘Welke gevolgen heeft de industriele revolutie gehad voor de
fabrieksarbeiders…’
-
De eerste
deelvraag luidt: ‘….’
-
Werk deze
deelvraag uit volgens het stappenplan eigen onderzoek
-
Bedenk
zelf een andere deelvraag en werk ook die uit
-
Kijk naar
de film
-
Formuleer
bij de volgende hoofdvraag: ‘…’ twee/drie/vier deelvragen en werk die uit
volgens het stappenplan eigen onderzoek
Opzet behandeling in de klas
-
Leerlingen
kijken telkens gezamenlijk naar een deel van de film
-
De docent
formuleert een (onderzoeks)vraag of de leerlingen formuleren in groepjes van
drie zelf een onderzoeksvraag
-
Leerlingen
werken deze vraag uit aan de hand van gegeven materiaal
-
De docent
beoordeelt het verslag van het onderzoek
Opzet behandeling in de klas
-
Leerlingen
kijken telkens gezamenlijk naar een deel van de film
-
De docent
stelt aan de hand van het fragment een vraag die hij vervolgens behandelt of
-
De docent
laat de leerlingen formuleren waarover het fragment gaat of laat de leerlingen
een of meer vragen over het fragment stellen (individueel of in groepjes)
-
De docent
behandelt de vragen of laat de leerlingen de vragen zelf onderzoeken aan de hand
van gegeven of zelf gezocht lesmateriaal
Daens
, een voorbeeld van situationeel leren
Relatie met Twente:
In 1898 was Daens als priester uit zijn ambt gezet. Een
jaar later, in 1899, liet de wever Jan Brnbkhuis hem naar Twente komen. Deze
Brinkhuis was een medestrijder van Ariëns van het eerste uur geweest, maar
raakte teleurgesteld in Unitas en de katholieke arbeidersbeweging. Hij wilde een
arbeidersorganisatie die weliswaar katholiek was, maar zich onafhankelijk van de
kerk en zeer poltiek bewust opstelde. Om reclame voor zijn nieuwe organisatie te
maken haalde hij Daens naar Twente. De aartsbisschop liet van alle preekstoelen
een officiële waarschuwing tegen Daens voorlezen. Ariëns, die Daens van
repliek had willen dienen, werd verboden de lezingen van Daens bij te wonen.
Daens hield voor een stampvolle zaal een lezing in
Enschede en de zondag daarop hield hij nog een toespraak over Rerum Novarum
tijdens een massabijeenkomst in de open lucht. Op diezelfde zondag woonde hij de
mis bij in de Jacobuskerk, waar Ariëns preekte.
Het verschil tussen Ariëns en Daens was kort samengevat
dat Daens zich niet aan het kerkelijk gezag onderwierp en Ariëns wel. In de
woorden van Ariëns: ‘niets is mij zo lief als de arbeidersbeweging na God
en mijn kerk.’
‘Daens’ gaat over:
·
De
opkomst van de (textiel)industrie; bronnen zijn tabellen met gegevens over de
Twentse textielindustrie
·
De
gevolgen van de industrialisering voor de infrastructuur (deel ook oorzaak van
de groei); bronnen zijn o.a. kaartjes van de infrastructuur en de
stadsontwikkeling in Twente
·
De
gevolgen van de industrialisering voor de woon- en werkomstandigheden van de
arbeiders; bronnen zijn o.a. de arbeidenquêtes met aandacht voor vrouwenarbeid
(bron)
Onderzoeksvragen:
Door de industrialisering verdween het thuiswerk. De
boeren werden fabrieksarbeiders. Wat waren de belangrijkste veranderingen die
dit meebracht voor de boeren gezinnen. Waren deze veranderingen een verbetering
of een verslechtering in jouw ogen. \Licht je antwoord toe.
In de film is sprake van drankmisbruik. Wat zijn de
oorzaken en wat de gevolgen van dit drankmisbruik?
Kijk naar de film. Beschrijf wat je opvalt aan de
arbeidsomstandigheden van de arbeiders. Welke aanvullende gegevens leveren het
bronnenmateriaal voor de arbeidsomstandigheden van de arbeiders.
Bekijk de bronnen en noem minstens 3? Dingen opvallende
ontwikkelingen. Geef de gegevens uit de tabel weer in een of meer grafieken.
Bekijk de bron over vrouwenarbeid. Wat valt je op. Probeer
daarvoor een verklaring te vinden.
Korte inleiding
Tussen 1830 en 1900 heeft de industrialisering het landschap in Twente en het leven van de mensen die daar woonden ingrijpend veranderd. In deze lessenserie gaan we deze veranderingen onderzoeken.
Scène 1
De industrialisering.
Er bestond in Twente een lange textiel traditie. Al eeuwen
lang sponnen de boerinnen en weefden de boeren. Veel boerderijen hadden daartoe
een aparte weefkamer, waar een handweefgetouw stond. In de 18e? eeuw
veranderde de organisatie van het werk door de komst van zogenaamde fabriqueurs.
Deze handelaars brachten de gesponnen katoen bij de boerderijen die het aan hun
weefgetouwen verwerkten en door de fabriqueurs voor hun werk werden betaald.
Deze fabriqueurs werden in de 19e eeuw de eerste fabriekseigenaren.
Met bronnen over de overgang van de huisnijverheid naar de
fabrieksnijverheid
Scène 2
De gevolgen voor het landschap.
De infrastructuur werd verbeterd, hetgeen de
industrialisering mede mogelijk maakte. De aanleg van een spoorlijn maakte een
snelle en goedkope aanvoer van steenkool mogelijk. Deze steenkool was nodig voor
het aandrijven van de door stoom aangedreven spin en weefmachines. Twente werd
in de tweede helft van de 19e eeuw in snel tempo ontgonnen.
Aanleg ook van waterwegen.
Urbanisering: de trek van platteland naar de stad
Scène 3
De gevolgen van de industrialisering voor de mensen.
Wat veranderde er voor de boerengezinnen die nu
fabrieksarbeiders werden. Werd het leven beter of slechter. Werkomstandigheden,
woonomstandigheden.
Drankmisbruik. Oorzaak en gevolgen
Scène 4
Opkomen voor je belangen.
De opkomst van vakbonden en politieke partijen
Personen in de film
Adolf Daens (priester)
Bisschop Stillemans
De Paus
Charles Woeste (fabriekseigenaar)
Kardinaal Goossens
Ponnet (pastoor)
Jan de Meeter (socialistische arbeider en agitator)
Nini (meisje in de spinnerij)
Nette Scholier (fabrieksarbeidster)
Piter Daens (drukker)
Borremans (fabriekseigenaar)
De Bokken (privé militie, gesteund door
fabrieksdirecteuren)
Schmitt (opzichter in de fabriek)
Sites over Daens