Terug

Daens, een voorbeeld van situationeel leren 

De Queeste Daens is gebaseerd op de gelijknamige speelfilm over een pastoor in het Belgische Aelst die het op het eind van de vorige eeuw opneemt voor de (textiel) arbeiders. Daens komt daarbij in conflict met de kerkelijke hiërarchie. De fabriekseigenaren proberen de hogere geestelijkheid voor hun karretje te spannen en slagen daar uiteindelijk in. 

Uitgangspunten:
  1. Belangrijkste uitgangspunt is dat er sprake is van situationeel leren. Dit wil zeggen de leerlingen worden geconfronteerd met een levensechte situatie die voor hen zeer herkenbaar is. In dit geval een speelfilm gebaseerd op het boek van Louis Paul Boon. 
  2. Belangrijk bij situationeel leren is dat wordt aangesloten bij wat leerlingen al kennen  en kunnen.
  3. Er wordt zoveel mogelijk uitgegaan van beelden (vooral ook bewegende beelden) omdat dat het memoriseren bevordert. 
  4. Er wordt regelmatig een beroep op affectie gedaan, omdat dat het memoriseren bevordert. 
  5. Er is sprake van een activerende didactiek, hetgeen betekent dat leerlingen zoveel mogelijk leren door te doen. Dit betekent dat niet per se wordt toegewerkt naar een eindtoets. De op­drachten hebben dan ook niet tot doel de leerstof begrijpelijk te maken. Het maken van verschil­lende soorten opdrachten is een doel op zich en de produkten maken daarom deel uit van de beoordeling. Het maken van de opdrachten vormt als het ware het leerproces. Deze opdrachten hebben betrekking op kennis, inzicht en vaardighe­den.
  6. De opdrachten krijgen een zodanige vorm dat deze door de leerlingen in groepjes gemaakt kunnen worden. 
  7. De opdrachten voor de groepsleden zijn deels complementair. Dat betekent dat alle leerlingen van een groepje een deel opdracht krijgen. Samen maken de opdrachten een antwoord mogelijk op de basisvraag. Leerlingen hebben elkaar dus nodig voor het gemeenschappelijke eindprodukt.

 

Subonderwerpen:

 

-           de woonomstandigheden en het voedsel (de aardappeleters)

-           de arbeidsomstandigheden; kinderarbeid, boetes, sexuele intimidatie, gevaarlijk werk (een klein jongetje dat onder de machines werkt vindt daar de dood)

-           het moreel verval als gevolg van de schrijnende armoede: drankmisbruik, prostitutie, kindersterfte.

-                      De vraag aan de clerus: who's side are you on? Daens kiest voor de arbeiders, maar de hogere geestelijkheid voor de fabriekseigenaren. Daens wordt tenslotte ook uit zijn ambt ge­zet.

-                      De onmacht van de arbeiders om iets aan hun situatie te veranderen. Deze onmacht blijkt o.a. uit het willekeurige boete systeem. Arbeiders kunnen zomaar worden ontslagen. De onder­zoekscommissie van het parlement die op aandringen van Daens een bezoek brengt aan een fabriek spreekt alleen Frans en de leden van de commissie worden door de voorman van de arbeiders afgeschermd. Als de arbeiders het lichaam van het gestorven jongetje aan de commissie willen tonen verhinder de politie dat. Fabriekseigenaren proberen door het uit­delen van soep aan werkwilligen de staking te breken.

-                      de tegenstellingen tussen katholieken en socialisten

-                      de strijd voor het algemeen kiesrecht

-                      de pogingen om in het parlement (na de invoering van het algemeen kiesrecht) iets aan de situatie van de arbeiders te doen.

-                      Opvallend is ook de loyaliteit van het meisje Nette. Ongezouten levert zij op een bepaald moment kritiek op Daens, maar zij accepteert vervolgens niet dat haar socialistische vriendje kritiek levert op ‘haar’ Daens.

-                       

 

 

Opzet praktische opdrachten:

 

-                      Kijk naar de film

-                      Formuleer een onderzoeksvraag en werk die uit volgens het stappenplan eigen onderzoek

 

-                      Kijk naar de film

-                      De hoofdvraag luidt: ‘Welke gevolgen heeft de industriele revolutie gehad voor de fabrieks­arbeiders…’

-                      De eerste deelvraag luidt: ‘….’

-                      Werk deze deelvraag uit volgens het stappenplan eigen onderzoek

-                      Bedenk zelf een andere deelvraag en werk ook die uit

 

-                      Kijk naar de film

-                      Formuleer bij de volgende hoofdvraag: ‘…’ twee/drie/vier deelvragen en werk die uit volgens het stappenplan eigen onderzoek

 

 

Opzet behandeling in de klas

 

-                      Leerlingen kijken telkens gezamenlijk naar een deel van de film

-                      De docent formuleert een (onderzoeks)vraag of de leerlingen formuleren in groepjes van drie zelf een onderzoeksvraag

-                      Leerlingen werken deze vraag uit aan de hand van gegeven materiaal

-                      De docent beoordeelt het verslag van het onderzoek

 

 

Opzet behandeling in de klas

 

-                      Leerlingen kijken telkens gezamenlijk naar een deel van de film

-                      De docent stelt aan de hand van het fragment een vraag die hij vervolgens behandelt of

-                      De docent laat de leerlingen formuleren waarover het fragment gaat of laat de leerlingen een of meer vragen over het fragment stellen (individueel of in groepjes)

-                      De docent behandelt de vragen of laat de leerlingen de vragen zelf onderzoeken aan de hand van gegeven of zelf gezocht lesmateriaal


Daens , een voorbeeld van situationeel leren

 

Relatie met Twente:

 

In 1898 was Daens als priester uit zijn ambt gezet. Een jaar later, in 1899, liet de wever Jan Brnbkhuis hem naar Twente komen. Deze Brinkhuis was een medestrijder van Ariëns van het eerste uur geweest, maar raakte teleurgesteld in Unitas en de katholieke arbeidersbeweging. Hij wilde een arbeidersorganisatie die weliswaar katholiek was, maar zich onafhankelijk van de kerk en zeer poltiek bewust opstelde. Om reclame voor zijn nieuwe organisatie te maken haalde hij Daens naar Twente. De aartsbisschop liet van alle preekstoelen een officiële waarschuwing tegen Daens voorlezen. Ariëns, die Daens van repliek had willen dienen, werd verboden de lezingen van Daens bij te wonen.

Daens hield voor een stampvolle zaal een lezing in Enschede en de zondag daarop hield hij nog een toespraak over Rerum Novarum tijdens een massabijeenkomst in de open lucht. Op diezelfde zondag woonde hij de mis bij in de Jacobuskerk, waar Ariëns preekte.

Het verschil tussen Ariëns en Daens was kort samengevat dat Daens zich niet aan het kerkelijk gezag onderwierp en Ariëns wel. In de woorden van Ariëns: ‘niets is mij zo lief als de arbeidersbewe­ging na God en mijn kerk.’

 

‘Daens’ gaat over:

 

·         De opkomst van de (textiel)industrie; bronnen zijn tabellen met gegevens over de Twentse textielindustrie

·         De gevolgen van de industrialisering voor de infrastructuur (deel ook oorzaak van de groei); bronnen zijn o.a. kaartjes van de infrastructuur en de stadsontwikkeling in Twente

·         De gevolgen van de industrialisering voor de woon- en werkomstandigheden van de arbeiders; bronnen zijn o.a. de arbeidenquêtes met aandacht voor vrouwenarbeid (bron)

 

 

Onderzoeksvragen:

 

Door de industrialisering verdween het thuiswerk. De boeren werden fabrieksarbeiders. Wat waren de belangrijkste veranderingen die dit meebracht voor de boeren gezinnen. Waren deze veranderingen een verbetering of een verslechtering in jouw ogen. \Licht je antwoord toe.

In de film is sprake van drankmisbruik. Wat zijn de oorzaken en wat de gevolgen van dit drankmis­bruik?

Kijk naar de film. Beschrijf wat je opvalt aan de arbeidsomstandigheden van de arbeiders. Welke aanvullende gegevens leveren het bronnenmateriaal voor de arbeidsomstandigheden van de arbeiders.

Bekijk de bronnen en noem minstens 3? Dingen opvallende ontwikkelingen. Geef de gegevens uit de tabel weer in een of meer grafieken.

Bekijk de bron over vrouwenarbeid. Wat valt je op. Probeer daarvoor een verklaring te vinden.

 

 


Korte inleiding

 

Tussen 1830 en 1900 heeft de industrialisering het landschap in Twente en het leven van de mensen die daar woonden ingrijpend veranderd. In deze lessenserie gaan we deze veranderingen onderzoeken.

 

Scène 1

 

De industrialisering.

Er bestond in Twente een lange textiel traditie. Al eeuwen lang sponnen de boerinnen en weefden de boeren. Veel boerderijen hadden daartoe een aparte weefkamer, waar een handweefgetouw stond. In de 18e? eeuw veranderde de organisatie van het werk door de komst van zogenaamde fabriqueurs. Deze handelaars brachten de gesponnen katoen bij de boerderijen die het aan hun weefgetouwen verwerkten en door de fabriqueurs voor hun werk werden betaald. Deze fabriqueurs werden in de 19e eeuw de eerste fabriekseigenaren.

 

Met bronnen over de overgang van de huisnijverheid naar de fabrieksnijverheid

 

Scène 2

 

De gevolgen voor het landschap.

De infrastructuur werd verbeterd, hetgeen de industrialisering mede mogelijk maakte. De aanleg van een spoorlijn maakte een snelle en goedkope aanvoer van steenkool mogelijk. Deze steenkool was nodig voor het aandrijven van de door stoom aangedreven spin en weefmachines. Twente werd in de tweede helft van de 19e eeuw in snel tempo ontgonnen.

Aanleg ook van waterwegen.

Urbanisering: de trek van platteland naar de stad

 

Scène 3

 

De gevolgen van de industrialisering voor de mensen.

Wat veranderde er voor de boerengezinnen die nu fabrieksarbeiders werden. Werd het leven beter of slechter. Werkomstandigheden, woonomstandigheden.

Drankmisbruik. Oorzaak en gevolgen

 

Scène 4

 

Opkomen voor je belangen.

De opkomst van vakbonden en politieke partijen

 

Personen in de film

Adolf Daens (priester)

Bisschop Stillemans

De Paus

Charles Woeste (fabriekseigenaar)

Kardinaal Goossens

Ponnet (pastoor)

Jan de Meeter (socialistische arbeider en agitator)

Nini (meisje in de spinnerij)

Nette Scholier (fabrieksarbeidster)

Piter Daens (drukker)

Borremans (fabriekseigenaar)

De Bokken (privé militie, gesteund door fabrieksdirecteuren)

Schmitt (opzichter in de fabriek)

 

 

Sites over Daens

Daens 1

Daens 2

Daens 3

Daens 4

Geschiedenis van Aalst